STELVIO PAS / STILFSER JOCH
De Stelvio Pas ligt in noord Italie. Het gebied is tweetalig en daarom wordt de pasovergang ook wel als 'Stilfser Joch' aangeduid. De Alpenpas bevindt zich tegen de grens van Zwitserland, op de kaart links naast Merano (Italie). Deze voor fietsers welbekende pas telt het ongelooflijke aantal van 48 haarspeldbochten (vanuit Prad) en is een ware uitdaging.

in het bovenste deel van de klim...
Vanuit Oostenrijk is de eenvoudigste weg vanuit het Oberinntal via de Reschen pas (dit is geen aantrekkelijke klim, een erg drukke weg omgeven door vangrails met maar een enkele haarspeldbocht). Eenmaal in Italie zie je al snel de prachtige besneeuwde toppen van onder andere de Ortler (3906 mtr, deze ligt naast de Stelvio Pas). Ik start de klim vanuit Prad. Wanneer je de afslag Prad neemt rij je via een klein industrieterrein richting het centrum en kun je rechtsaf slaan richting de Stelvio Pas (dit staat duidelijk aangegeven). Bij het einde van het plaatsje vind je links van de weg Hotel Prad en rechts ruime vrije parkeergelegenheid onder de bomen. Dit is een ideaal startpunt voor de klim.
Het eerste stuk fietsen is het minst aantrekkelijk, omdat je hier op een drukke weg fietst. Het uitzicht en geluid van de beek rechts van de weg maakt echter veel goed. Het is hier nog niet zo steil, maar het is absoluut zaak jezelf hier te sparen. Je steekt op een gegeven moment de beek over en komt bij het eerste plaatsje: Gomagoi. Na Gomagoi bereik je de eerste haarspeldbocht (nr. 48). Het is even serieus klimmen en dan vervolgen we onze weg richting Trafoi. Tot nu toe kun je alles eigenlijk beschouwen als 'aanloop', want vanaf Trafoi begint de klim eigenlijk pas echt. De haarspeldbochten gaan elkaar nu sneller opvolgen en we fietsen het bos in. Dit is een lang stuk, waar alles er ongeveer hetzelfde uit ziet. het is hier wel lekker klimmen, de bochten liggen vrij kort op elkaar. Wanneer de benen wat rust nodig hebben kun je even helemaal op de vlakke buitenkant van de bocht gaan rijden. Op de Stelvio pas kom je wel eens wat profwielrenners tegen. Zo kwam ik in 2002 de Mapei ploeg tegen, en in 2003 een renner van Cofidis. Alhoewel ik op dat moment toch echt lekker in mijn ritme zat kwam hij me schijnbaar moeiteloos en vriendelijk groetend voorbij. Het echt makkelijke fietsen was er bij mij daarna een beetje af.
Het begint zwaarder te worden, de benen krijgen weinig rust. De afstanden tussen de bochten worden langzamerhand groter en het wordt duidelijk wat steiler. Bij Weiser Knot, een hotel aan de linkerkant van de weg, is het het steilst, zo'n 15%. Kort daarop volgde in 2003 een wegopbreking waardoor ik noodgedwongen even moest wachten voor het stoplicht. het bos wordt dan wat dunner, een teken dat we in de buurt van de boomgrens komen. Je kunt hier echt genieten van het prachtige uitzicht. De weg blijft heel continue stijgen, gemiddeld zo'n 8%. Nog steeds zijn er een heleboel bochten te gaan als we een belangrijke mijlpaal passeren: hotel Franszenshohe. Vanaf hier komt de top in beeld, echter schijn bedriegt, nog zo'n 30 bochten te gaan.
Het uitzicht op de Madatsch Gletscher en Ortler aan de linkerzijde is
fenomenaal. Het wegdek is niet best, veel hobbels en scheuren, maar bij
het klimmen is dat niet zo heel vervelend. De bochten liggen nu weer korter
op elkaar en het is nu sneller aftellen. Het stijgingspercentage blijft
gelijk. Hier kom je ook de meeste fietsers tegen, op racefietsen of mountainbikes,
die allemaal naar boven willen. En alhoewel ik het zelf ook niet makkelijk
had scheelt dit wel, je kunt steeds naar een volgende fietser toe rijden.
We zijn nu bijna boven, de laatste loodjes. Dat kan nog even flink zwaar
zijn, maar met de top in het vizier moet het lukken. Bovenaan gekomen
is het tijd voor een broodje zuurkool met worst, mits je maag hier nog
tegen bestand is.... 
STELVIO PAS - zicht op de top naar hotel Franszenshohe
Voldaan kunnen we starten met de afdaling. Die is overzichtelijk maar niet geheel zonder gevaar door het bij vlagen slechte wegdek. Echt hoge snelheden van boven de 60 km/u haal je hier dan ook niet zo snel. Het vele remmen en draaien betekent een behoorlijke belasting voor je schouders. Als fietser ben je hier al snel vlotter dan de meeste auto's. Vaak geven auto's wat ruimte in een bocht zodat je aan de binnenzijde kunt passeren. Het blijft echter oppassen: de bochten zijn smal. Dat betekent dat bussen of vrachtwagens vaak niet in 1 keer door de bocht kunnen of deze heel ruim nemen. Kijk dus goed vooruit. Eenmaal weer in Trafoi krijgen we weer langere rechte stukken waar de snelheden ook weer oplopen. De klim kostte ruim 2 uur, de afdaling zo'n 40 minuten.

STELVIO PAS - Blik terug vanaf de top